Dat zijn de drie woorden waarmee Gerke haar gezinshuis omschrijft. Sinds april 2014 is zij gezinshuisouder in loondienst. Dat betekent ook dat het gezinshuis geen specifieke naam draagt; het heet gewoon gezinshuis Leurink.
Wat haar werk bijzonder maakt?
“Het mooiste vind ik het vertrouwen dat je krijgt van een kind of jongere. Dat iemand zich veilig genoeg voelt om jou toe te laten, terwijl er vaak al zoveel is gebeurd.”
Alles kwam samen
Voordat Gerke gezinshuisouder werd, volgde ze verschillende opleidingen en werkte ze met kinderen, in de kinderopvang en in de begeleiding van volwassenen met een lichamelijke beperking. Wat haar altijd aansprak, was het begeleiden van mensen: naast hen lopen, luisteren, de juiste vragen stellen en ruimte geven om te mogen zijn wie je bent.
Toen ze op internet informatie vond over gezinshuisouderschap, viel alles op zijn plek. “Terwijl ik dat las, voelde ik bij elk punt: ja, dit klopt. Alles kwam daarin samen: mijn ervaring met kinderen en jongeren, mijn werk in begeleiding én het gezinsleven. Toen wist ik: dit is het.”
Gemiddeld wonen er drie kinderen of jongeren bij haar in huis, meestal in de leeftijd van 17 jaar en ouder. Ook wonen er op dit moment twee eigen kinderen thuis.
Voor Gerke staat het samen doen centraal.Samen met het basisteam, samen met de kinderen en jongeren, samen met het hele dorp, én met zorgaanbieders en gemeenten.
Wij vormen met z’n allen de verbinding.
Wij vormen met z’n allen een team.
Waarom De Glind paste
Via het traject richting gezinshuisouderschap kwam Gerke in De Glind terecht. Al snel voelde ze dat deze plek bij haar paste. “Dat is lastig om heel rationeel uit te leggen, want het was sterk een gevoel. Ik werd gewoon blij van wat ik hoorde en zag.”
Vooral de manier waarop in De Glind naar kinderen en jongeren wordt gekeken, sprak haar aan. “Hier is veel samenhang, veel begrip en veel ruimte om te mogen zijn wie je bent.” Ook het dorpse karakter en de manier waarop mensen naar elkaar omkijken, gaven haar het gevoel dat ze hier op haar plek was.
Wat wonen en werken in De Glind volgens haar bijzonder maakt, is het oordeelloze.
“Hier mag iemand er gewoon zijn, ook als het even schuurt, als iemand boos is of als gedrag zichtbaar is. Er is begrip, en er is aandacht voor wat er onder gedrag zit.”
Een thuis in de gewone dingen
In het gezinshuis van Gerke draait veel om gewone, dagelijkse dingen. De dag begint meestal rustig. Ze checkt in de ochtend even hoe het met iedereen is en klopt altijd op de deur. “We hebben hier ook geen regels, maar afspraken.” Respect en veiligheid zijn daarin belangrijk.
Rond zes uur wordt er in principe samen gegeten. Dat is een belangrijk moment op de dag: even samen zijn, luisteren naar elkaar en horen wat er speelt. Ook kleine dingen maken voor haar een huis tot een thuis. “Dat iedereen zich in veiligheid zichzelf mag zijn. En dat er echt aandacht is voor elkaar.”
Tradities horen daar ook bij. Zo is Sinterklaas met dobbelspel een geliefd moment in huis. “Dan zie je ineens een andere kant van iemand: creativiteit, humor, aandacht. Dat vind ik geweldig.”
Vertrouwen groeit in kleine momenten
Het mooiste aan het gezinshuisouderschap vindt Gerke het vertrouwen dat je krijgt van een kind of jongere. “Dat je met iemand mee mag lopen, dat iemand zich veilig genoeg voelt om jou toe te laten, terwijl er vaak al heel veel is gebeurd.”
Vertrouwen opbouwen begint volgens haar met goed kijken, luisteren en ruimte geven. Veel gebeurt non-verbaal. Ze let niet alleen op wat iemand zegt, maar ook op spanning, stiltes en gedrag. Soms zit er onder een rationeel verhaal nog iets heel anders. Dan kan één kleine vraag het verschil maken.
Ze herinnert zich een gesprek met een jongen die feitelijk vertelde over een bezoek aan zijn moeder. Pas toen Gerke vroeg hoe het voor hem voelde, kwam er iets los. “Toen bleek hoeveel spanning hij had gedragen en dat hij vooral nodig had om te mogen huilen.” Juist zulke kleine momenten kunnen veel betekenen.
Wat het haar geleerd heeft
Als Gerke terugkijkt op de afgelopen jaren, is er één les die voor haar centraal staat: “Het maakt niet uit waar je vandaan komt of welke situatie je hebt meegemaakt, we zijn allemaal gewoon mens.”
Ze leerde ook om niet alleen naar problemen te kijken, maar juist naar wat iemand wél kan, waar iemand blij van wordt en waar kracht zit. “Vanuit daar kun je verder bouwen.”
Om dit werk vol te houden, heeft ze ritme, ruimte en tijd voor zichzelf nodig. Dat werd extra duidelijk nadat ze in 2020 borstkanker kreeg. Sindsdien heeft ze bewust gekozen voor meer regelmaat en om het weekend vrij. “Ik merk dat goed voor mezelf zorgen ook onderdeel is van goed zorgen voor de jongeren.”
“Een veilige plek zijn”
Voor Gerke zijn gezinshuisouders belangrijk omdat zij kinderen en jongeren een zo gewoon en veilig mogelijk thuis kunnen bieden op het moment dat dat thuis ergens anders niet lukt. “Juist dan is het belangrijk dat er een plek is waar ze niet alleen opgevangen worden, maar waar ze weer mens mogen zijn, zichzelf mogen worden en het leven ook weer een beetje mogen vieren.”
Wat ze hoopt dat jongeren later meenemen uit haar huis?
“Vooral zichzelf. Hun eigen kracht, hun eigenheid, hun gevoel van regie.”
Haar advies aan mensen die overwegen om gezinshuisouder te worden, is helder: ken jezelf. “Weet wat je blinde vlekken en valkuilen zijn, en durf die onder ogen te zien.”
En wat betekent een thuis bieden voor haar?
“Er zijn voor jongeren, een veilige plek zijn, en zorgen dat je wordt gezien en gehoord zoals je bent en mag zijn zoals je bent, in al je eigenheid en gekkigheid.”